Ontstaansgeschiedenis

De geschiedenis van de buitenplaats Beukbergen gaat terug tot het jaar 1653. De handel in de 17e eeuw (de befaamde Gouden Eeuw) bracht rijkdom voor veel kooplieden in Holland. Wie in de omgeving van steden als Amsterdam en Utrecht een buitenplaats liet bouwen, verkreeg daarmee veel status. De Stichtse Lustwarande vormt hiervan een goed voorbeeld.

Overheden van Utrecht en Amersfoort speelden hierop in en boden grond aan voor diegenen, die een bijdrage wilden leveren aan de aanleg van een weg tussen
beide steden. Via een vroege vorm van particulier initiatief ontstond deze weg. Het tracé van de weg werd door de toenmalige overheid bepaald als ook de verdeling in vakken van 100 roe, ofwel 376 meter aan weerszijden van de weg. De perceeldiepte was – inclusief het huis – ook 100 roe. De huidige buitenplaatsen langs de Amersfoortseweg vormen hier nog steeds de stille getuigen van. Behalve Beukbergen hebben de buitenplaatsen Dijnselburg en Oud- Zandbergen een vergelijkbare ontstaansgeschiedenis. Deze kavelafmeting maakt integraal onderdeel uit van de cultuurhistorische waarde van deze buitenplaatsen. Hoezeer de provincie hecht aan het behoud van deze weg, blijkt uit recente studies waarbij de weg wordt gerekend tot ons culturele erfgoed. Niemand minder dan Jacob van Campen was verantwoordelijk voor het ontwerp.

Tussen 1653 en 1654 werd buitenplaats Beukbergen gebouwd en de eerste eigenaar diende zijn bijdrage te leveren aan de aanleg van de “Amersfoortsche Straatwegh”. Het oorspronkelijke huis werd vervolgens in het midden van het perceel geplaatst. Deze plaatsing van het huis werd versterkt door de aanleg van de nog steeds herkenbare zichtas, weliswaar doorsneden door de Amersfoortseweg. Beukbergen is dus van oorsprong een “overplaats” geweest.
De zichtas aan de overzijde van de weg liep door tot aan het “laantje zonder end”. Deze laan is de zichtas van slot Zeist en is gericht op Onze Lieve Vrouwe toren in Amersfoort.