Geschiedenis 2018-02-18T19:13:38+00:00

Introductie

Het monumentaal, verticaal gericht herenhuis Beukbergen (Rijksmonument) in representatieve old colonial style is geïnspireerd op de Engelse landhuisbouw met neobarok detaillering en opvallend materiaalgebruik, zoals stalen ramen.
Er bestaat een karakteristieke relatie van het gebouw via het terras, talud en grasveld met het landschapspark. De buitenplaats bezit nog de zeventiende-eeuwse rasterverkaveling.

Het verkavelingpatroon dat aan weerszijden van de Amersfoortseweg is gelegen en dat in 1652-1653 is aangelegd, vormt een bijzonder ontginningspatroon op zandgronden. De verkaveling is gebaseerd op rechthoeken (rechthoeken zijn kenmerkend voor de Barok, terwijl vierkanten dat zijn voor de Renaissance).
Gedeelten van dit verkavelingpatroon maken deel uit van de Warande van Vollenhove, Dijnselburg, Oud-Zandbergen en Beukbergen.

Het huis is gesitueerd in de oorspronkelijke zichtas. Deze zichtas loopt aan de overzijde van de Amersfoortseweg door het midden van het overbos en kruist buiten het terrein de zeer lange zichtas van Slot Zeist.

Voor 1900

De geschiedenis van de buitenplaats Beukbergen gaat terug tot het jaar 1653. De handel in de 17e eeuw (de befaamde Gouden Eeuw) bracht rijkdom voor veel kooplieden in Holland. Wie in de omgeving van steden als Amsterdam en Utrecht een buitenplaats liet bouwen, verkreeg daarmee veel status. De Stichtse Lustwarande vormt hiervan een goed voorbeeld.

Overheden van Utrecht en Amersfoort speelden hierop in en boden grond aan voor diegenen, die een bijdrage wilden leveren aan de aanleg van een weg tussen beide steden. Via een vroege vorm van particulier initiatief ontstond deze weg. Het tracé van de weg werd door de toenmalige overheid bepaald als ook de verdeling in vakken van 100 roe, ofwel 376 meter aan weerszijden van de weg. De perceeldiepte was – inclusief het huis – ook 100 roe. De huidige buitenplaatsen langs de Amersfoortseweg vormen hier nog steeds de stille getuigen van. Behalve Beukbergen hebben de buitenplaatsen Dijnselburg en Oud- Zandbergen een vergelijkbare ontstaansgeschiedenis. Deze kavelafmeting maakt integraal onderdeel uit van de cultuurhistorische waarde van deze buitenplaatsen. Hoezeer de provincie hecht aan het behoud van deze weg, blijkt uit recente studies waarbij de weg wordt gerekend tot ons culturele erfgoed. Niemand minder dan Jacob van Campen was verantwoordelijk voor het ontwerp.

Tussen 1653 en 1654 werd buitenplaats Beukbergen gebouwd en de eerste eigenaar diende zijn bijdrage te leveren aan de aanleg van de “Amersfoortsche Straatwegh”. Het oorspronkelijke huis werd vervolgens in het midden van het perceel geplaatst. Deze plaatsing van het huis werd versterkt door de aanleg van de nog steeds herkenbare zichtas, weliswaar doorsneden door de Amersfoortseweg. Beukbergen is dus van oorsprong een “overplaats” geweest. De zichtas aan de overzijde van de weg liep door tot aan het “laantje zonder end” . Deze laan is de zichtas van slot Zeist en is gericht op Onze Lieve Vrouwe toren in Amersfoort.

Utrechtsche courant 16-10-1797

Een tweede zichtas ligt naast het huis en loopt door in noordelijke richting tot aan de van na de oorlog ingerichte zandafgraving. Deze laan komt uiteindelijk oorspronkelijk uit op de kerk van Lage Vuursche.

Samenvattend: In de loop der tijden hebben er op het landgoed drie landhuizen gestaan. Het eerste huis dateert uit de 17e eeuw toen het gebied werd verkaveld. Dat is in 1834 afgebroken. In 1863 is een nieuw huis gebouwd dat ook weer is gesloopt om plaats te maken voor het huidige huis dat werd gebouwd in 1910.

Ook de oude rasterverkaveling van landgoed Beukbergen is nog goed zichtbaar. De Beukbergenlaan en de Ericaweg vormen nu de grensafscheidingen.

In de “Amsterdamsche Courant” van zaterdag 3 mei 1806 stond een advertentie, waarin Beukbergen te huur werd aangeboden. De advertentie luidde als volgt:

Saturdag, Den 3 Mey 1806.
Te huur, om terstond te kunnen aanvaarden, de Buitenplaats Beukbergen. Buitenplaats voorzien van en spatieuse moderne Huizinge, Stallinge voor 8 Paarden, ruim Koetshuis, Menagerie, grote Moestuinen en Broeijery, zeer geëxtendeerde Bosschen en schoone Lommerlijke Wandelwegen met privative Jagt. Deze plaats Ligt een uur van Zeyst, twee uren van Zoestdyk, en twee uren, van Utrecht en Amersfoort.

Wapenschild RamJonkheer Willem Elisa Ram van Bottestein (overleden op 70 jarige leeftijd te Utrecht op 16-06-1856) is de voorlaatste particuliere eigenaar, bekend van onder meer de briefwisselingen met Louis Couperus. De familie had aan het huis alleen niet genoeg, vandaar dat men ook graag gebruik maakte van de bijbehorende veertig hectare land, waar men naar hartenlust kon jagen. Er was een tuin in formele stijl aangelegd, later is het linker gedeelte van de tuin veranderd in een landschappelijke stijl.

1900 – 1945

wapenschild SloetBaron Sloet van Oldruitenborgh, de laatste particuliere eigenaar, besloot tot afbraak van het oude huis. Hij gaf de Rotterdamse architect G.C. Bremer opdracht om een nieuw landhuis te ontwerpen. Vanaf het jaar 1910 verrees op de plaats van het 17e eeuwse bouwwerk, de huidige villa. De beroemde architect P.J.H. Cuypers heeft meegekeken naar het ontwerp van Bremer.

De ingang, die oorspronkelijk aan de kant van de Amersfoortseweg (zuidzijde) gesitueerd was, werd in het nieuwe huis verplaatst naar de oostzijde. Tevens werden een portierswoning, een koetshuis, een langgerekte heuvel met ijskelder, een schaapskooi, een prieel en een tennisbaan bij gebouwd. In 1915 werd het nieuwe huis door de familie betrokken. In de tuinmanswoning heeft lange tijd de “jachtkamer” gezeten, die pas in de jaren dertig van de vorige eeuw werd opgeheven.

De tuinaanleg en park structuur zijn ontworpen door landschapsarchitect Otto Schulz. Hij genoot enige faam gezien zijn bemoeienis bij tal van projecten in de regio. Een belangrijk deel van Bosch en Duin is door hem ontworpen. Ook de groenstructuur van de villa wijk “Amersfoortse berg” is van zijn hand. In het archief wordt een brief van hem bewaard aan baron Sloet van Oldruitenborgh, waarin hij zich zorgen maakt over de voortgang van de aanleg van de tuin.

In mei 1940 kwam aan al dit moois een eind met de inval van de Duitsers in Nederland.
Ir. Anton Henri Sloet van Oldruitenborgh (in de familie Henri genoemd) en zijn vrouw Barones Marie Digna Friederike d’Ablaing van Giessenburg, Vrouwe van Giessenburg en Giessen-Nieuwkerk woonden van 1917 tot 1941 op Beukbergen. Toen in 1941 Beukbergen door de Duitsers werd gevorderd keerden ze met hun zes kinderen naar Vollenhove (hun oorspronkelijke residentie) terug. Henri overleed op Marxveld in 1957, en zijn vrouw in 1972.
Vanaf het moment van vertrek van de familie tot aan de bevrijding, hebben Duitse militairen op Beukbergen gebivakkeerd.

Tijdens de bezetting hebben de Duitsers de watertoren op het terrein opgeblazen. Na het vertrek van de bezetters bleef er een beschadigd en uitgewoond Beukbergen achter.

1945 – heden

Met de bevrijders kwamen de Canadezen, die hun intrek in het gebouw hebben genomen. Al snel na de oorlog bleek dat de familie Sloet van Oldruitenborgh niet meer op Beukbergen terug wilde komen. Er moest een oplossing voor het landgoed worden gezocht.
Luitenant Kolonel ds. Steenhuis, actief in het naoorlogse Nederlandse leger was op zoek naar een huis waar hij “de jongens” kon ontvangen. Hij zag kans de inmiddels leeg staande villa te huren. Kort daarop betrok hij met zijn gezin Beukbergen, en zo werd hij de eerste “directeur Beukbergen”.

In die begintijd ging het er op Beukbergen geheel anders aan toe dan tegenwoordig. Het hele gezin van dominee Steenhuis ontving de militairen, en dan met name in de weekenden. Er werd dan gezorgd dat de dienstplichtigen een ontspannen tijd hadden maar er werden ook stevige gesprekken gevoerd. Samen met het gezin werd de maaltijd gehouden en er werden geestelijke liederen gezongen en bijbelstudies gedaan. Zo vloog een weekend om in de gastvrije omgeving van dit dominees gezin.

Hiermee kreeg het landgoed een nieuwe bestemming: het begin van het vormingscentrum was daar. Op 23 februari 1950 werd Beukbergen officieel geopend door oud-minister van oorlog, Mr. J. Meynen. Vanaf 1954 is het terrein en het huis eigendom van de Stichting tot Steun van de Protestantse Geestelijke Verzorging bij de Krijgsmacht.
Toen in de vijftiger jaren de Amersfoortseweg werd verbreed, moest er onteigend worden. De tuinmanswoning moest hierbij het veld ruimen. Waar nu de beheerderswoning staat, bevond zich vroeger het stalgebouw met oranjerie. De situering van dit gebouw viel overigens samen met de moestuin en boomgaard. Uit de verhalen van mevr Tuinstra-Sloet blijkt hoezeer met liefde de passiebloem werd gecultiveerd in de oranjerie. Oleanders en sinaasappelbomen werden hier in de winter opgeslagen. Midden jaren vijftig van de vorige eeuw verdween ook dit gebouw en werd elders op het terrein de kapel bijgebouwd.

In de villa en het koetshuis vinden thans vergaderingen en bezinningsbijeenkomsten plaats van alle gezindten. Beukbergen is door zijn fraaie ligging een geliefde plaats om feestelijke gebeurtenissen te vieren en bijvoorbeeld huwelijksrecepties te houden. Vanaf 2003 worden op Beukbergen ook huwelijken gesloten door de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Zeist.

(Op 19 december 2000 werd het Militaire Vormingscentrum Huize Beukbergen officieel geopend door de toenmalige Staatssecretaris van Defensie, de heer H.A.L. van Hoof; toespraak van de staatssecretaris)